De vlucht met de heksenbezem

Dolle dwergen

De dolle dwergen deel 3

Met alle krachten die ze in zich hadden, hielden de vier dwergen zich vast in de voortsnellende bus om er niet uit te vallen. Dikkie werd er helemaal niet goed van, "ik word misselijk" zei Slungel, "ik ruik onraad" zei Langneus. Dan hoorden ze een doffe bons, "De motor van de wolf loopt vast" schreeuwde Gijnoog. Op dat zelfde moment zette de bus een draai in het voelde aan alsof ze in het rond vlogen. Dat was ook zo, want toen de wolf een boom maar gedeeltelijk kon ontwijken, begon het touw aan zijn staart zich met toenemende snelheid om de boom te winden en de bus die daar achter hing slingerde heftig in het rond, om daarna met een stoot tegen de boom te komen toen het touw erom gewonden was. Hij raakte los en vloog schuin omhoog de lucht in tussen de boomtoppen door. De dwergen konden zich te nauwer nood aan de rand vasthouden. Dikkie die moest overgeven vergat even om zich vast te houden en vloog met een boog de bus uit en hij hoorde zijn kameraden gillen van opwinding. Hij had echter weinig tijd om daar aandacht aan te schenken.
Dwars door een appelboom vloog hij, de appels vlogen hem om de oren! Tot zijn grote schrik zag Dikkie dat hij recht op het dak van een vreemd klein huisje af ging, dat aan de rand van een bos stond. Floep ging het toen hij neer kwam en hij veerde van het dak weer omhoog. Hij had nauwelijks gevoeld dat hij neerkwam en een lucht van verse Peperkoek en chocola drong zijn neus binnen. Plotseling dacht hij dat hij in dagen niet gegeten had. Weer viel hij op het dak een eindje naast de plaats waar hij even tevoren neerkwam. Hij gleed wat naar beneden, maar wist zich aan een dakpan vast te grijpen. Hij was tot stilstand gekomen en had een stuk van de dakpan zijn hand, er was een stuk afgebroken, hij bekeek het stuk dakpan wat voelde het raar aan voor een dakpan en rook naar Peperkoek. Het duurde niet heel lang voor hij nog zo een dakpan in zijn mond liet verdwijnen het was echt peperkoek! Echt lekker.
De blikken bus was intussen met een bons op de grond gekomen en de drie andere dwergen rolden er uit." Zo een bus ga ik nooit meer in" meesmuilde slungel. "Kijk daar", zei Gijnoog," dat lijkt wel het huisje van de heks van Hans en Grietje". "Ik ruik chocolade " zei Langneus, "en ik wed dat die dikke daar achter die tralies Hans is". De drie dwergen liepen op het schuurtje af en tot hun verbazing zagen ze dat Hans achter chocolade tralies opgesloten was. Meteen voelde ze medelijden met hem en een grote honger opkomen. Hans keek hen wanhopig aan "help me hier uit " smeekte hij " ik zit hier al weken vast". Dat komt best in orde stelde Gijnoog hem gerust en nam een flinke hap uit een van de chocolade tralies, de beide andere vrienden lieten zich niet onbetuigd en weldra was er een flinke opening gemaakt en Hans kon zich er tussen door wringen. "Willen jullie mij helpen mijn zusje Grietje bij die heks weg te halen". "Mij best meende Langneus, maar ik eet eerst nog wat speculaas ik barst van de honger". Hij brak een stuk koek uit de muur en nam er een flinke hap van.
Gijnoog gluurde door het gat naar binnen en zag Grietje die juist de deur van de oven open deed. Een oude lelijke kleine kromme vrouw boog zich voorover om in het vuur te kijken en met een krassende stem zei ze "ga Hans maar uit de stal halen de oven is voldoende heet. Op dat zelfde moment klonk er een gekraak van boven, Dikkie had zo zitten eten dat hij door het dak viel van overgewicht, juist voor de oven viel hij met een smak op het achterste van de heks, ze uitte een schrille kreet toen ze de oven binnen vloog. Grietje deed van schrik het deurtje dicht, liep achteruit dwars door de speculaasmuur, om midden tussen de verbaasde dwergen te vallen.
Wat was Hans gelukkig, van vreugde maakte hij een dansje met Grietje en de dwergen gaven met hand geklap en Grappige geluidjes het ritme aan. Ze wisten niet snel genoeg weg te komen, toen ze een grijze rokerige heks uit de schoorsteen zagen komen. Hans en Grietje liepen hand in hand het bos in. Maar hopen dat de heks hun niet meer gevonden heeft.
De langste van de dwergen, Slungel, trapte bij het wegrennen op een oude bezem die in een hoek van het huisje stond en kreeg die prompt tegen zijn hoofd. Hij pakte de steel vast, en even later hing hij in de lucht aan de bezem. Na wat gedoe zat hij er boven op, en al gauw merkte hij dat, als hij aan de haren trok op een bepaalde manier, de bezem omhoog ging, trok hij flink naar rechts dan beschreef hij een bocht. Zo zeilde hij over zijn wegrennende vrienden, ging naar beneden en liet zijn vrienden achter hem op de bezem plaatsnemen. Toen Dikkie als laatste opstapte ging de bezem van zelf omhoog, de grijze figuur van de heks was al dicht bij toen Slungel een ruk omhoog aan de bezemharen gaf, vroemm ging het en daar gingen onze vier dwergen met grote snelheid de lucht in.
Het huisje werd snel piepklein en de heks kon het echt niet bijbenen. Kaka Boo gilde ze van vreugde en ze verdwenen op de bezem in de wolken. Wordt vervolgd
. Thl31100645 auteursrechten voorbehouden volgens de wet

 

 

Home