HET NOODLOT
Nieuwe tijd sprookje deel 2 Inleiding.
Wat waren ze blij geweest met hun nieuwe kleren, nu konden ze zich voortaan vertonen aan de mensen. Al was dat nu niet direkt hun bedoeling.
Repelsteeltje had, al lang door, dat als ze zo zonder kleren gezien waren door de mensen, zij een heel grote kans zouden hebben om vroeg of laat gevangen te worden,
en dan op alle kermissen als een atraktie tentoongesteld zouden worden.
Repel was de enige die het alsnog zonder kleren moest stellen, hij zou dan ook goed op moeten passen om niet bij de mensen als kermisatractie te gaan dienen,
maar dat was hem wel toe vertrouwd en in zijn nieuwe kabouterdorp bij die aardige man voelde hij zich wel veilig,
in de avonturen van zijn vijf vrienden was hij niet zo geinterreseerd. Hij zou het dorp wel onderhouden, in het geval dat hij toch ook kleren wilde,
kon hij altijd nog nestkastjes gaan maken.De tuinman scheen er geen tijd voor te hebben.

Hoofdstuk 1
De vijf kabouters waren nog door het dolle heen met hun nieuwe kleren.
Toen ze hun beloning van hun werk hadden aangetrokken waren ze meteen vertrokken. (zie log nieuwe tijd sprookje)
Wat hadden ze snel gelopen, zo snel dat op een foto die iemand gemaakt had geen schaduwen te zien waren.
De vijf stevende nieuwe avonturen te gemoet, verder de bergen in. Hoofdstuk1
Zo ging de zomer voorbij, op een mooie herftachtige dag zat Repel voor zijn woning vroeg in de namiddag lekker in zijn luiestoel te slapen tot hij plotseling opschrok uit zijn slaap.
Het was Joris Bruinmuis die hem zo bruusk uit zijn mooie droom haalde. "Wat is datte", zei Repel nog half slapend.
"Ehh ik ben het, Joris bruinmuis, sliep je Repel"? "Dat zou ik zo zeggen, is me dat effe schrikken, watte is er, toch geen ongeluk hoop ik"?
Toen kwam het verhaal los en Joris Bruinmuis vertelde: Sinds enkele maanden had ik een zwerver onder mijn dak , het was een grijze veldmuis,
die zich Piet Grijsvel noemde. Toen hij twee dagen in huis was werd het een rommeltje van jewelst.
Brutaal weg had hij zijn bed naast het mijne in de condens-laa van de koelkast gemaakt
Dat was niet zo erg, maar voor zijn bed opmaak had hij alle zakken rijst kapot geknaagd en alles lag vol rijst en papier,
daarbij had hij ook overal wat keutels laten vallen, zelfs in de pan met ommelet die klaar stond voor die mens die jij weldoener pleegt te noemen Repel.
Het is waar, ik woon er al drie jaar en had nooit problemen. Dit maal ging het echt mis.
Toen ik s'avonds op voedsel uitging, stond er vlak voor mijn deur in het hoekje een vreemd houten bordje met armleuning met daarop een heerlijk stuk kaas.
Wat een verrassing dacht ik en snuffelde eraan, wilde het met mijn rechter voorpoot wat naar voren halen... en knal ging het.
Ik kreeg een pijnscheut door mijn poot zeg en die zat toen plotseling vast aan het vreemde bord, dat nu geen leuning meer had.
Als ik er met mijn kop tussen had gezeten was die er zeker afgeweest. Hulp en brand piepte ik.
Het moet wel heel hard geweest zijn, want even later werd ik met bord en al opgepakt en in de ijzige koude buiten neergegooid,
gelukkig was dat bord van mijn poot gedaan en wonder boven wonder kon ik nog snel weglopen in de kou en in het holst van de nacht. "Ben je nog wakker Repel?". "Jja ja".
" Nou toen ik s'morgens door de binnenplaats weer naar mijn huis liep , zag ik tot mijn ontsteltenis dat in het hoekjePiet Grijsvel de muis in zo een zelfde bordje zat,
ik keek eens goed, en rilde. De leuning klemde zijn kop tegen het houtenbordje een enorme blok kaas zat in zijn bek, ik stote hem zachtjes aan en zei "Piet, Piet,
maar Piet antwoorde niet hij voelde vreemd koud aan en toen ben ik hard weggelopen met de schrik in mijn benen.
Na enkele dagen in het bos ronddolen heb ik de moed weer opgepakt en ben naar huis gegaan.
Het was allemaal weer netjes binnen, geen rijstkorrels meer, geen papiersnippers en mijn bedje was er nog, en ook dat van Piet,
maar dat was leeg, ik plofte van vermoeidheid neer en sliep tot nu toe, Repel".
"Wat een avontuur Bruinmuis, je mag wel oppassen dat je ook het loodje niet legt vandaag of morgen!".
"Daar hoeft Bruinmuis niet bang voor te zijn," zei Maya die ondertussen meegeluisterd had en uit de boom tevoorschijn was gekomen.
Maya is de mooie fee die al jaren in een holleboom verblijft als er niets anders te doen is.
Dat gebeurt echter niet dikwijls want Maya beleeft in alles wat leven is, maar is ze even met rust dan is ze in haar holleboom in het kabouterdorp van Repelsteeltje.
Ik denk dat de Weldoener nooit geen muizevalletje meer zet, want zo heet dat ding dat Bruinmuis een houtenbordje met leuning noemde.
Ik zal je vertellen wat ik meemaakte gisterenmiddag. Een heel triest verhaal, wat ik het noodlot noem en waar ik niets aan kan verhelpen,
het zijn dingen die moeten gebeuren, maar die erg verdrietig zijn voor mensen,
maar ze leren er wel ooit van. Wordt vervolgd.
THL222063auteursrecten voorbeouden volgens de wet
Terug>>>>N.T.verhalen