HET NOODLOT
deel 2-3e hoofdstuk
Maya zweeg even en Repelsteeltje ging even rechtop zitten in zijn ligstoel.
Joris Bruinmuis die inspannend had geluisterd strekte zich heerlijk uit in het gras en zei tegen repelsteeltje
"dat oudeman vind ik eigenlijk niet zo aardig klinken, heeft die man geen naam?"
Daar had Repel geen antwoord op, er viel even een stilte, dan plotseling zei Repel "laten we hem Pa-popel noemen,
wat vind je daarvan Joris Bruinmuis?" "Ja dat is een leuke naam voor hem, ik weet niet of hij dat wel goed zal vinden.
Hij is wel altijd heel bedrijvig en houd daarbij ook nog van alle soorten populieren.
Vooral de balsempopulier vind hij heerlijk ruiken." "Goed dan", begon Maya weer en vervolgde haar verhaal.
Na de winter kwam de lente met de eerste zonnige dagen,
Papopel zat buiten in de tuin te genieten van het eerste voorjaarszonnetje,
roeff ging het hij keek in de richting van het geluid maar zag niets,
dan hoorde hij een heel zacht stemmetje van een zangvogel, nauwelijks hoorbaar .
Op een afstand van nog geen meter zat de roodborst alsof hij zijn zang oefende voor de eerste lente serenades.
Het klonk zeer mooi en helder. Papopel luisterde aandachtig en genoot ervan.
Dan vloog de roodborst op de allerhoogste tak van de boom,
amper te zien door de felle zon die door de nog kale door de wind bewogen takken speelde.
Plotseling schalde een helder vogelstem over de binnenplaats, kei hard! in een zilveren melodie.
weerkaatst door de muren rondom het leek of de hele natuur even de adem inhielt
Papopel wist in een keer dat het een intelligente vogel moest zijn,
waarom zou hij immers boven in de boom zijn gaan zitten waneer hij de volumeknop open draaide tot volle sterkte.
Zo ging het dagen achtereen als het mooi weer was.
Ook bij fijne lenteregen zong hij zijn hoogste lied.
Was Papopel tussen de groenten en bloemen de aarde aan het los maken. dan zat de roodborst promt op handgrijp afstand,
om telkens het nieuw bewerkte stukje grond van wormpjes en andere insecten te ontdoen.
Af en toe was hij in gevecht met een veel te grote pierworm die hij toch naar binnen wilde werken.
Daarna ging hij weer zacht zingend vlakbij op het muurtje zitten kijken en maakte tussendoor grappige kniebuigingkjes.
Papopel knikte dan terug met zijn hoofd. Tot op een zekere dag de roodborst verdwenen was.
Papopel vroeg zich af wat er kon zijn en maakte zich zorgen,
er liep immers ook altijd een grote kater rond in de tuin die ook jacht maakte op hagedissen.
Joris Bruinmuis vloog recht overeind van de schrik, "is dat echt Repel" vroeg hij,
even was Joris Bruinmuis vergeten dat Maya aan het vertellen was, katers waren immers de nachtmerrie van elke muis.
Vier weken later : Papopel zat aan zijn tafeltje aan een kopje koffie .....
en hoorde een hoogtonig gepiep achter een kerstroosplant hij keek eens wat beter en zag daar drie kleine bruine vogeltjes die rond hipten.
Roeff ging het en daar zat de rootborst voor zijn voeten, zijn bekje vol wormpjes en een fladerend vlindertje,
ondanks het volle bekje maakte hij een roepend geluid en daar kwamen de drie kleintjes,
hij voerde ze voor de voeten van Papopel die verbaast toe zat te kijken.
Friii deed de roodborst en vloog weg de kleintjes achterlatend,
om na een minuut weer terug te keren met een nieuwe lading voer in de bek.
Na het voeren ging hij nu zitten zingen en daar kwam zijn vrouwtje,
wat schuw ze riep de kleintjes naar zich toe op veilige afstand en gaf ze te eten.
Zo verstreken er een vijftal jaren en Papopel beschouden ze als goede vrienden die hij voor geen geld zou willen missen.
Dan juist op het einde van deze winter sloeg het noodlot toe...........
Wordt vervolgd
THL642006 Auteursrechten voorbehouden volgens de wet

deel 2- 4e hoofdstuk.
De winter eindigde, de kerstroos toonde zich op zijn mooist en doorbrak het laagje sneeuw dat de vorige nacht gevallen was.
De zon gaf haar een bijzondere glans met zijn lieflijk zachtrose tintje, dat als betoverend tegen het helwitte sneeuwlaken afstak.
Repelsteeltje zat al lekker te genieten van de winterzon toen Bruinmuis zich liet horen;
"Repel is Maya er nog niet" ? "Ja ja, ik geloof van wel" en het leek alsof hij het vervolg van het begonnen verhaal afstak.
Maya de fee slaapt nooit, feeën hebben immers geen lichaam dat moe kan worden,
daarnaast zijn ze overal tegelijk waar gedachten opdagen uiteindelijk zijn alle feeën één Maya
en zo liet ze het verhaal in Repelssteeltjes gedachten opwellen;.......
Papopel was vroeg opgestaan, gisteren had hij een muizenvalletje gezet en daarmee Joris Bruinmuis gevangen,
die had met zijn staartje tussen de klem gezeten en ontzettend gepiept.
Boos had Papopel hem in de besneeuwde tuin losgelaten.
Nooit had hij Joris kwaad gedaan in tegendeel hij zette regelmatig wat kaas voor hem in het hoekje bij de koelkast,want hij wist best dat Joris daar woonde.
Toen hij die avond was thuis gekomen had zijn hele keuken en kast vol rijstkorrels, gesnipperdpapier en muizenkeutels gelegen.
Wat was dat? in het kozijn van de deur was een heel gat uitgevreten!
Zelfs de maaltijd die Papopel voor zich had klaargemaakt was bevuild geweest.
"Als je zo doet, moet je maar buiten gaan wonen" had Papopel gedacht en zo kon het noodlot toeslaan.
Daarna had hij voor alle zekerheid de muizenval nog maar een keertje gezet en had toen de logee van Joris Bruinmuis gevangen.
Plotseling werd hem alles duidelijk; "het was niet Bruinmuis geweest" zo dacht hij, maar deze grijze muis die schade had aangericht en zijn eten had bedorven.
Hij had al spijt dat hij Joris had buiten gegooid.
Papopel begroef de muis onder een struikje in de grond, op deze manier kan er weer een plant uitgroeien.
In de natuur keert immers alles op zijn tijd weer naar het leven terug.
Daarna zette hij het valletje argeloos op, in zijn schuurtje;" mischien zijn hier nog meer van die grijze deugnieten" mompelde hij in zichzelf.
Hij had van allerlei geheimzinnige spulletjes daar staan voor kabouterogen.
Hij opende een klein poortje aan de achterkant, en wie kwam daar binnen...
zijn vriendje de Roodborst, " je hebt zeker honger" zei Papopel en ging zonder verder naar hem om te zien een klontje boter halen.
Toen hij terug kwam zat zijn vriendje op de afstemschaal van een oude radio die uitelkaar gehaald was,
het vogeltje keek er na of hij die weer in elkaar wilde zetten.
"Dat is geen werk voor vogeltjes" zei Papopel en legde het klontje boter op de draaischijf van een oude pick-up die er naast stond,
meteen ging het vogeltje er op af en pikte ervan en maakte een kniksje met het kopje.
De oude man verdween daarna door een andere deur in zijn woonhuis.
Na een kwartier kwam hij kijken of zijn vriendje er nog was, maar zag hem niet,
hij riep hem maar het bleef stil, geen beweging, geen rrrroef. Vreemd dacht hij alle deuren waren dicht geweest,
mischien was hij reeds door een opening tussen de dakpannen naar buiten. Hij keek naar het boterklontje en zag dat er nauwelijks van genomen was,
"Vreemd " mompelde hij weer en ging terug naar binnen...... Het was koud....brrr..
Het was al laat in de avond toen Papopel ineens schrok, het valletje, het muizevalletje!!!
"Ja, zei repelsteeltje; Maya kan ook dingen aan mensen laten weten die ze zelf niet zien",
Met de schrik in het hart liep Papopel naar het valletje, met maar een gedachten;"mijn vriendje zit erin"
Triest nam hij het muizevalletje in de hand, voor de eerste keer had hij nu zijn vriendje in zijn hand,
Hij haalde het vogeltje eruit, te laat het was reeds een verlaten ziel, hij pinkte een traan weg;
Dit was niet waar, een vriend die zijn vriendje ombrengt in onwetendheid!!
"Wat kan een mens kortzichtig zijn, dat nooit meer" zo dacht hij.
De volgende dag was ondanks het mooie winterse weer toch triest.
De zon deed zijn best, maar leek alleen maar triestig door de bomen naar hem te gluren,
zich zo nu en dan verstoppend achter de wolken.
Maar Papopel kende de wet van licht en duisternis,
en wist dat gekregen vreugde eens zijn tegenpool, het "verdriet" zou laat zien, dat hoord bij dit leven.
en is om je wat te leren over de grootheid in de natuur.
De andere dag was het stralend weer en de sneeuw was verdwenen, al was de winter nog steeds daar.
Papopel zat aan zijn kopje kruidenthee op zijn stekje en dacht onwilligkeurig aan zijn vriendje dat nooit meer zou zingen.
Rroef, rrroef ging het....... daar zat een roodborstje vlakbij op het muurtje,
toen Papopel bewoog, vloog het in de boom boven hem
en liet het eerste voorjaars geluid horen, alsof er niets gebeurd was, lang en doordringend mooi.....
"Het zelfde geluid, de zelfde genegenheid", zo dacht hij en er verscheen een glimlach op het gelaat van de oudeman.........................
Einde deel Twee nieuwetijdsprookjes
THL2740647Auteursrechten voorbehouden volgens de wet.
Terug kinderverhalen