HET NOODLOT nieuwe tijd sprookjes deel 2
Hoofdstuk 2
Repelsteeltje schoof onrustig heen en weer op zijn stoel toen Maya de fee haar belevenis van gisterenmiddag afstak.
Repel moest nog steeds wennen aan dat vreemde gevoel dat even in zijn hoofd kwam als Maya begon te vertellen,
want feeën kunnen nu eenmaal zelf niet praten en gebruiken altijd het spraakcentrum van een daarvoor gevoelig persoon die aanwezig is.
In dit geval was dat duidelijk Repelsteeltje, hij kreeg dan ook even een beeld in gedachten van een mooi in het wit gekleed meisje met iets uitstaande doorzichtige vleugeltjes,
zoals een reuze liebelle die zou hebben. Niemand anders kon dat zien, want feeën kun je niet in het echt zien,
het is immers een afbeelding in je gedachten die je zelf de mooiste vorm geeft die je zonder het zelf te weten uitkiest.
Dagdromen zou je het kunnen noemen en het is zo echt dat je meent, dat iedereen jouw mooie fee ook kan zien, je zou haar zo kunnen tekenen.
Dan klonk de heldere lieve stem van Maya:
Op een zonnige dag in Januari van het jaar 2000, toen de eerste sneeuwklokjes een poging deden zich door het sneeuwdek te boren dat die nacht gevallen was,
op zoek naar wat zonlicht zat een Roodborstje met zijn veren helemaal uitgezet om zich te beschutten tegen de felle koude wind op de onderste tak van een cypres
in de zon tegenover het kabauterdorp waar geen levendwezen te zien was.
Met een piepend gekraak opende zich een deur van het huis aan de overkant.
Een vriendelijke oude man keek in het rond en glimlachte om het pak sneeuw dat gevallen was die nacht.
"Vroeger zou ik meteen aan een sneeuwman begonnen zijn" zo dacht hij.
Nu haalde hij de veger uit de schuur en begon het bestrate stukje voor het huis schoon te vegen en merkte daarbij de roodborst op die niet van plan was weg te vliegen.
"Zo Roodborstje" zei hij, "heb je honger, ik haal wel wat eten voor jou". Even later kwam hij buiten met een klontje boter, hij dacht "wat goed is voor een mens in de winter,
is ook wel goed voor een vogel die honger en kou heeft". Hij legde het stukje boter op een paaltje waarop een vreemde kop was afgebeeld aan de voorkant.
Daarna maakte hij een zacht fluitend geluid en tikte met een gekromde vinger op het paaltje en de roodborst kwam er naartoe vliegen,
maar was te bang om ervan te pikken. De oude man ging vervolgens wat achteruit staan en meteen zat de roodborst zich te goed te doen aan het botertje.
Het pikte dat het een lust was en liet af en toe met zijn zilvere stemmetje horen dat hij erg opgewonden en blij was met zijn eten
en maakte grappige bewegingen alsof hij kniebuigingkjes maakte. De man deed het na met zijn hoofd en ging toen glimlachend naar binnen, naar de warmte van de openhaard.
Zolang er sneeuw lag kreeg de roodborst elke morgen wat boter en werd het wel eens vergeten en de oude man kwam in de namiddag pas even buiten kijken,
dan zat de roodborst al op de paal en begon daar rond te dribbelen en pikte op de kop van de paal terwijl er niets lag,
alsof hij aan het eten was "ahh, je wilt wat te eten hebben" zei dan de man en ging naar binnen om even later met een klontje boter terug te komen om dat op de paal te leggen.
De roodborst kwam dan meteen en zat bijna op zijn hand, hij was nu helemaal niet meer bang.
Zo verliep de winter en ze werden goede vrienden, de oude man en de Roodborst.
Wordt vervolgd. 53063THL auteursrechten voorbehouden volgens de wet.
Terug>>>>kinderverhalen.