De dolle dwergen deel 1
Het was op een mooie lentedag de zon stond al hoog aan de hemel en vlindertjes
dartelden spelend rond van bloem naar bloem.
Repelsteeltje had die morgen flink gemopperd, het was hem onmogelijk geworden
een plaatsje in de zon te vinden voor zichzelf en zijn ligstoel.
Alle planten en struiken in het kabouterdorp waren plotseling zo gaan groeien
dat je het hele dorp niet meer kon zien.
Het leek hem onmogelijk ze allemaal te snoeien. Papopel de kabouterboseigenaar
deed zijn naam geen eer aan, die zou wat ijveriger kunnen zijn.
Repelsteeltje keek omhoog en ja hoor, hij dacht een oplossing te hebben.
Even later lag hij voldaan maar moe in zijn ligstoel, boven op het dak van zijn
woning, een reussachtige vliegenzwam.
"Het zal wel door het broeikaseffect komen dat alles zo snel groeit, te veel CO2
in de lucht.
De hele winter had hij geen vuur gestookt om dat te voorkomen en had een winterslaap
gehouden om zo ook zijn steentje bij te dragen tegen het probleem.
Die energiebespaaring had dus niet veel geholpen, er was waarschijnlijk iets anders
in het spel" zo dacht hij.
Zevenhonderd gram was hij afgevallen en hij had zich heel naar gevoeld toen hij
wakker werd.
Maar na een maand lekkere vruchten eten was hij weer helemaal de oude Repel geworden.
Tevreden lag Repel in zijn stoeltje en dacht aan zijn vijf kameraden die een tijd
geleden vertrokken waren,
de bergen in met hun nieuwe kleren aan, die een tuindersvrouw voor hun had gemaakt.
Plots zag hij ze lopen, "dat is Maya" zo dacht hij, want kabouters bestaan niet
echt, dat zijn gedachtenspinsels van mensen.
Die hebben de gaven te kunnen zien of iets leeft, een boom bij voor beeld, want
die groeit krijgt bloemen en vruchten,
zaait zich uit en er groeit weer een nieuwe plant uit, zo 'n zelfde plant ! Dat
zien ze ook bij zichzelf zo ongeveer gebeuren.
Omdat ze het niet helemaal begrijpen, hebben sommige mensen maar verzonnen dat
het leven bestaat uit een onzichtbaar wezentje,
dat ook buiten een boom dingen kan beleven. Zo ontstonden de dwergen, kabouters
en feeën, elfen en nog veel meer.
Het mooiste is dat sommigen er nu heilig in geloven en dat maakt het des te spannender.
Repelsteel zag in gedachten hoe de vijf kabouters voortgingen.
Het bergpad was behoorlijk stijl en ze begonnen moe te worden, ze hadden de indruk
al een eeuwigheid gelopen te hebben.
Wil, de kleinste van de vijf, was er nog het ergste aan toe.Zijn baard was zo
gegroeid tijdens de lange wandeling, dat hij er telkens over struikelde,
alhoewel hij deze al enkele malen om zijn muts had gedraaid, maar nu weer beide
handen vol had met baard.
Toen het vijftal weer omlaag ging, kon Wil het niet meer houden liet zijn baard
vallen ,
bleef er met zijn benen inhangen en rolde met gang naar beneden helemaal verward
in zijn baard.
De vier schaterden van het lachen, maar dat hield al gauw op toen ze zagen dat
Wil wat verderop de rivierbedding inrolde
en met een klap tegen een treurwilg terecht kwam, waar hij roerloos bleef liggen.
De vier vrienden hielden nog steeds hun buik vast die zeer deed van het lachen
en de honger.
Toen ze bij Wil aankwamen om hem te helpen, hoorden zij hem nog juist steunen
"ik ben thuis, gelukkig"
Verbaast zagen de vier kabouters hoe de met katjes begroeide takken van de treurwilg
heftig bewogen, alsof er een flinke wind stond.
Maar het waaide helemaal niet! Toen ze weer onder de boom naar Wil wilden kijken
was deze .... verdwenen.
Repelsteeltje schrok wakker toen Tuut de broedpad pardoes op hem terecht kwam,
"tuut tuut tuuuut, wat lig jij te schaterlachen in je slaap Repel" zei hij,
Repelsteeltje sprong rechtop in zijn ligstoel en viel naar beneden in de daar
onderliggende kleine siervijver.
Brrrr Brrr is me dat schrikken. "Tuut Tuuut jij hebt geen angst voor water Repel",
zelf was hij even daarvoor op een grote steen gesprongen.....
Wordt vervolgd AVvdW THL
De dolle dwergen deel 2
De broedpad zat op zijn steen en keek naar Repelsteeltje, die languit in het water
lag na zijn val, hij scheen van zijn bad te genieten en helemaal afwezig te zijn.
Hij was weer bij zijn makkers in gedachten, nu nog vier! Na het vreselijke voorval
van hun kaboutervriend die in een boom was gaan huizen na zijn botsing daarmee,
besloten de overige vier er maar een avontuur van te maken, het kon immers zo
afgelopen zijn met hun vrije kabouterleven. "Lopen doe ik niet meer daar word
je moe van" zei Slungel de langste . "Het zal toch nog even nodig zijn, totdat
we een vervoermiddel gevonden hebben". zei Dikkie het bolletje, ja zo dik was
hij en hij ging er trots op zo lekker rond te zijn. "Wat zie ik daar" zei Gijnoog,
hij had een lapje voor het andere oog, daar was hij vroeger eens mee in een takje
van een acasia gelopen, en zodoende was hij het nu kwijt,.... verloren. Zo leek
hij op een zeepiraat , en piratenstreken uithalen kon hij. "Ik zie het, zei Langneus,
dat blik bedoel je met dat stuk touw eraan, dat heeft een jongen verloren met
bliklopen".. "Dat is maar een deel zei Gijnoog, zie je die wolf daar op dat meisje
loeren met dat rode kapje op? Die gaan we verassen! Ik maak een lus aan het touw
en doe het zo hoog mogelijk om zijn staart, zo gauw dat klaar is gaan julie in
het blik zitten houd je goed vast en laat wat plaats, zodat ik er ook nog in kan
springen". Behoedzaam het blikje achter zich aan slepend sloop hij naar de wolf,
die liet geen oog van roodkapje die bloemen voor haar grootmoeder aan het plukken
was. Even later zat de strik tot boven aan de staart van de wolf. Gijnoog lette
wel op de staart niet te beroeren, dat viel echt niet mee tegen de haren in. De
drie andere kabouters waren vorzichtig in het blik geklauterd. "We lijken wel
sardientjes" zei Dikkie, "ik ruik het" zei langneus, "geen grapjes nu" gromde
Slungel, die juist iets had laten vliegen, "het ontschoot me" zo mompelde hij.
Gijnoog ging nu voor de wolf staan, "ben jij de wolf die de grootmoeder van roodkapje
wil verslinden"? "ja zei de wolf verbaast, hoe weet jij dat", "dat zeg ik je als
je me vertelt wat je daar aan je staart hebt hangen, mag ik eens kijken" ? "Ja"
zei de wolf verbaast. Gijnoog liep brutaal naar het blik toe, trok keihard aan
het touw en sprong in het blik. De wolf maakte een luchtsprong dat Roodkapje er
van schrik het bosje bloemen liet vallen en hard wegliep met haar mandje. De wolf
begon in het rond te lopen om het blik te pakken te krijgen dat hem aan zijn staart
volgde, maar toen het hem niet lukte begon hij rechtuit te rennen. De vier in
het blik werden behoorlijk doorelkaar geschud en ze verbaasde zich over de snelheid
waarmee ze langs de paden en velden snelden zonder te lopen. "Veertig kilometer
per uur" zei Gijnoog, "Ideaal zei Slungel, niet lopen dus" ! "Trek nog eens aan
zijn staart met het touw" zei Dikkie, "Dat zal ik wel eens doen ik" zei langneus,
het gevolg was een luid gehuil en de bomen langs de kant leken één muur te worden,
dat ging hard!! Wordt vervolgd. THL4706345 ARVVDW
De dolle dwergen deel 3
Met alle krachten die ze in zich hadden, hielden de vier dwergen zich vast in
de voortsnellende bus om er niet uit te vallen. Dikkie werd er helemaal niet goed
van,"ik word misselijk" zei Slungel, "ik ruik onraad" zei langneus.Dan hoorden
ze een doffe bons, "De motor van de wolf loopt vast" schreeuwde Gijnoog . Op dat
zelfde moment zette de bus een draai in het voelde aan alsof ze in het rond vlogen.
Dat was ook zo, want toen de wolf een boom maar gedeeltelijk kon ontwijken, begon
het touw aan zijn staart zich met toenemende snelheid om de boom te winden en
de bus die daar achter hing slingerde heftig in het rond, om daarna met een stoot
tegen de boom te komen toen het touw erom gewonden was.Hij raakte los en vloog
schuin omhoog de lucht in tussen de boomtoppen door. De dwergen konden zich ternauwernood
aan de rand vasthouden. Dikkie die moest overgeven vergat even om zich vast te
houden en vloog met een boog de bus uit en hij hoorde zijn kameraden gillen van
opwinding.Hij had echter weinig tijd om daar aandacht aan te schenken. Dwars door
een appelboom vloog hij, de appels vlogen hem om de oren!! . Tot zijn grote schrik
zag Dikkie dat hij recht op het dak van een vreemd klein huisje af ging, dat aan
de rand van een bos stond. Floeppp ging het toen hij neer kwam en hij veerde van
het dak weer omhoog. Hij had nauwelijks gevoeld dat hij neerkwam en een lucht
van verse peperkoek en chocola drong zijn neus binnen. Plotseling dacht hij dat
ie in dagen niet gegeten had. Weer viel hij op het dak een eindje naast de plaats
waar hij even tevoren neerkwam. Hij gleed wat naar beneden, maar wist zich aan
een dakpan vast te grijpen. Hij was tot stilstand gekomen en had een stuk van
de dakpan zijn hand, er was een stuk afgebroken, hij bekeek het wat voelde het
raar aan voor een dakpan. Het rook ook naar peperkoek. Het duurde niet heel lang
voor hij nog zo een dakpan in zijn mond liet verdwijnen het was echt peperkoek!!!!
en lekker. Het blik was intussen met een bons op de grond gekomen en de drie andere
dwergen rolden er uit." Zo'n bus ga ik nooit meer in" meesmuilde slungel. "Kijk
daar", zei Gijnoog," dat lijkt wel het huisje van de heks van Hans en Grietje".
"Ik ruik chocolade " zei Langneus, "en ik wed dat die dikke daar achter die tralies
Hans is". De drie dwergen liepen op het schuurtje af en tot hun verbazing zagen
ze dat Hans achter chocolade tralie's opgesloten was. Meteen voelde ze medelijden
met hem en een grote honger opkomen. Hans keek hen wanhopig aan "help me hier
uit " smeekte hij " ik zit hier al weken vast". Dat komt best in orde stelde Gijnoog
hem gerust en nam een flinke hap uit een van de chocolade tralie's, de beide andere
vrienden lieten zich niet onbetuigd en weldra was er een flinke opening gemaakt
en Hans kon zich er tussen door wringen."Willen jullie mij helpen mijn zusje Grietje
bij die heks weg te halen". "Mij best meende langneus, maar eerst nog wat speculaas
eten ik barst van de honger". Hij brak een stuk koek uit de muur en nam er een
flinke hap van. Gijnoog gluurde door het gat naar binnen en zag Grietje die juist
de deur van de oven open deed. Een oude lelijke kleine kromme vrouw boog zich
voorover om in het vuur te kijken en met een krassende stem zei ze "ga Hans maar
uit de stal halen de oven is voldoende heet. Op dat zelfde moment klonk er een
gekraak van boven, Dikkie had zo zitten eten dat hij door het dak viel, juist
voor de oven viel hij met een smak op het achterste van de heks, die een schrille
kreet uitte toen ze de oven binnen vloog. Grietje deed van schrik het deurtje
dicht, liep achteruit dwars door de speculaasmuur, om midden tussen de verbaasde
dwergen te vallen. Wat was Hans gelukkig, van vreugde maakte hij een dansje met
Grietje en de dwergen gaven met hand geklap en Grappige geluidjes het ritme aan.
Ze wisten niet snel genoeg weg te komen met z'n allen, toen ze een grijze heksachige
figuur uit de schroorsteen zagen komen. Hans en Grietje liepen hand in hand het
bos in. Maar hopen dat de heks hun niet meer gevonden heeft. De langste van de
dwergen, Slungel, trapte bij het wegrennen op een oude bezem die in een hoek van
het huisje stond. en kreeg die promt tegen zijn hoofd. Hij pakte de steel vast,
en even later hing hij in de lucht aan de bezem. Na wat gedoe zat hij er boven
op, en al gauw merkte hij dat, als hij aan de haren trok op een bepaalde manier,
de bezem omhoog ging, trok hij flink naar rechts dan beschreef hij een bocht.
Zo zeilde hij over zijn wegrennende vrienden, ging naar beneden en liet zijn vrienden
achter hem op de bezem plaatsnemen. Toen Dikkie als laatste opstapte ging de bezem
van zelf omhoog, de grijze figuur van de heks was al dicht bij toen Slungel een
ruk omhoog aan de bezemharen gaf , vroemmmm ging het en daar gingen onze vier
dwergen met grote snelheid de lucht in. Het huisje werd snel piepklein en de heks
kon het echt niet bijbenen. Ka ka ka Booooo gilde ze van vreugde en ze verdwenen
op de bezem in de wolken..
Wordt vervolgd. THL31100645 autuersrechten voorbehouden volgens de wet
De dolle dwergen deel 4
Helemaal opgewonden vlogen onze dolle dwergen op hun buitgemaakte heksenbezem
over velden en steden. Hoelang ze al in de lucht waren wisten ze niet ,maar dat
ze lol hadden was zeker. Ze stoeiden zelfs en af en toe viel bijna een van de
dwergen gillend er af. "kijk daar eens wat een massa mensen bij dat water". "
Dat is een haven Langneus, en die man in het goud gekleed met die gijnige hoed
op is Sinterklaas". "Het is een feest voor de kinderen, maar ook de ouderen doen
er aan mee, omdat ze ook graag een cadeau krijgen" zei Dikkie. Snel kwamen ze
dichterbij met hun heksebezem en Gijnoog trok grimmig de steel van de bezem wat
omhoog, zodat de bezem lager ging vliegen en langzamer. "Kijk, die twee zwarte
pieten gooien snoep in de menigten, zie ze eens graaien! , nu steekt een van de
pieten twee pakketjes in de lucht. Die zijn vast voor ons bedoeld Gijnoog" zei
Slungel Gijnoog had daar wel oren naar, trok het lapje recht voor zijn oog, alsof
hij dan beter kon zien, zoals een echte piraat. Dan rukte hij plots de bezemsteel
omhoog en zette een scherpe bocht in ...recht op de piet met de pakketjes af.
De rode tulband die de pieterman droeg vloog weg en viel in het water door de
zucht van de overvliegende bezem. Toen de bezem met onze vier erop voorbij was
en reeds in de verte verdween, waren ook de pakketjes uit de nog opgeheven handen
van pieterman verdwenen. Slungel had ze snel opgepikt. Verbaast keek iedereen
toe, voordien hadden ze alleen in Sinterklaas geloofd, nu echter keken iedereen
met open mond de snel in de verte verdwijnende bezem na,. Dat moest een echte
heksenbezem zijn, maar wat waren die vier kleine figuurtjes die erop zaten, daar
werd nog heel lang over gepraat, met z'n allen hadden ze hem zien vliegen. De
Pieterman stond nog naar zijn lege handen omhoog te kijken , alsof hij water zag
branden en Sint moest hem een schop tegen zijn been geven om hem weer aan het
werk te krijgen, Dan begon iedereen weer te zingen,"De zak van Sinterklaas Sinterklaas
Sinterklaas, o jonge jongen meisjes wat een baas. Intussen vlogen de vier dolle
dwergen weer door de vrije natuur ver van de stad en zijn lawaaierige niet welriekende
zaken. Gijnoog die de bezem bestuurde zat mee te snoepen uit de gekaapte doos
van een van de Pietermannen, dat was toch maar eens goed gelukt, zo stoefte hij.
Doordat hij te druk bezig was met andere zaken dan vliegen , zag hij niet dat
hun vliegebezem recht op een huisje afvloog waar vier grote vlierbloesembomen
voor stonden. De andere drie dwergen riepen nog " letop Gijnoog", maar het was
al te laat. Ze vlogen recht door de bloesems heen. Het leek wel een sneeuwbui,
en hoe, overal dwarrelden er bloemblaadjes even zag Gijnoog niet waar hij was.
Binnen in het huis stond een oude vrouw met voldoening een jong blond meisje gade
te slaan dat een met veren gevuld dekbed buiten uitsloeg door een open raam."
In de mensen wereld sneeuwt het nu" zei vrouw Holle, want zo heette de vrouw.
Na je werk mag je door de witte rozenpoort gaan, je zult loon naar arbeid krijgen
en weer thuis zijn............. en de vier dolle dwergen vlogen nog lang en gelukkig
naar hun volgende avontuur .
THL2111064 auteursrechten voorbehouden volgens de wet. Wordt vervolgd.... Repelsteeltje
TERUG>>>>>KINDREVERHALEN