De windekindjes
Heel lang geleden, in de vorige eeuw,
in de jaren zeventig,
in de tijd dat ik nog een boerderijtje had in het Brabantse plaatsje Asten.
Waar omheen een stukje bijna volwaardige agrarische grond was van bijnaaaaaa een
hectare ,
maar de burgemeester daar in die tijd, vond dat er een are te weinig was
en daarom mochten er alleen maar paardebloemen groeien.
Van hem mocht je zelfs niet naar de sterren kijken,
want dat was niet volwaardig agrarisch en dus verboden in het buiten gebied
Ik had het dan ook helemaal vol staan,
een goudkleurige zee van paardebloemen was het................
Op een dag waren er honderden pluizenbolletjes,
en het wilde maar niet waaien!
Het was een heel warme voorjaarsdag
en we hadden die middag juist erwtensoep gegeten.
Na een tijdje bleek dat ik twee windekindjes had,
omdat het binnen te erg werd zette ik ze in hun blote billetjes in de paardebloemenweide,
ze speelden en bliezen er dat het een lust was
en in een mum van tijd vloog de hele omgeving vol met leuke kleine paraschutjes
die glinsterden in de zon.
De Paardebloem-elfen stonden met spitse oortjes toe je kijken,
en hoefden helemaal niet te wapperen met hun vleugeltjes
om alle pluisjes gezaaid te krijgen zoals ze anders altijd deden.
Nog nooit hadden ze zo hard gelachen en plezier gehad als toen.
Maar dat heeft niemand gehoord zo hard gingen de blaaskindjes te keer.
En als de pluisjes niet allemaal weg geblazen waren
en allen de lucht in gevlogen naar alle richtingen,
dan hadden ze nu nog lopen blazen.
210407Thl Auteurs rechten voorbehouden volgens
de wet.
Terug>>>>gedichten