De rechten van het konijn.
In het zilvere licht der manenschijn,
huppelde eens een mooi konijn.
Het weer was zacht en't regende fijn
hij wist precies waar hij moest zijn

Vroeger had zijn moeder hem verteld,
over een heel groot knollen veld.
Dat alle konijnen er van smulden,
en zo hun buikjes vulden.

Maar op een morgen was het verkeerd gegaan,
rond het land waren een tiental jagers komen staan.
Met veel geblaf, getoeter en geknal,
liepen alle konijnen in de val.

Mijn moedertje was ook gewond,
gelukkig dat zij de weg naar huis nog vond.
Daar vroeg ze aan haar zonen,
nooit meer s'morgens op zo'n knollenveld te komen.

Ze heeft ons toch nog groot gebracht,
en sukkelde met ons door de maanverlichte nacht.
Zo leerde ze ons aan eten komen,
en s'winters schors eten van de bomen.

Toen, op een maanverlichte nacht,
had zij haar konijnen-moeder- taak volbracht.
In een waas zag ze haar kinderen dansen in de maneschijn,
Weldra zou ze bij haar meester zijn.

Ze overdacht de rechten van t' konijn,
zou die wereld allen voor die tweevoeters zijn?
Toen zijn maanstralen naar beneden gekomen,
en schreven de rechten van het konijn op alle bomen,

Voortaan zou het de jager verboden zijn,
na zonsondergang in 't bos te zijn.
Van toen af dansten de konijnen elke maanverlichte nacht,
en hielden boswachters de wacht.

Het is in dien tijd,
dat de houthakker is gekomen,
Voor het kappen van allen..... beschreven bomen.

THL71198805auteursrechten voorbehouden volgens de wet

Terug >>>>>>Gedichten