BOEREN IJS

Een klein boertje uit Beveren,
was altijd over ijsjes aan het zeveren.
Nog nooit had hij een ijsje gegeten
en hoe dat smaakte zou hij toch ook wel eens willen weten.

Op een morgen nam hij een kloek besluit ,
ik ga proeven en daarmee uit.
Die zelfde morgen nog nam hij de trein,
alleen dat hobbelen al vond hij fijn.

Na drie uur reizen moest hij eruit,
doch vond geen ijs en nam toen fruit.
Zo was zijn honger wat gestild
Snel, hij moest zich haasten,
want de trein had reeds gegild.

Hijgend struikelde hij naar binnen toe,
O, mensen wat ben ik moe.
en wat moet ik nu beginnen,
vind ik hier een ijsje ik ben nu binnen.
Wat was hij blij toen iemand zei,
dat vind je bij de Finnen.

En zo maakte hij een hele reis,
voor een heel klein mopje ijs.
De reis duurde drie dagen en een nacht,
dat had hij zelfs niet verwacht.
Daarna stapte hij weer uit de trein,
maar buiten was het echt niet fijn.

Wel zag hij in de verte ijsbergen,
overgroot en die begonnen zowaar al in de goot.
toen kwam hij bij een heel groot plein
met ijsbergen in het rond,
het water kwam hem in de mond.
Jammer dat ze niet met chocolade zijn.

Met rasse schreden liep hij op de ijshoop af,
nam een hap en stond toen paf.
Dat is geen gemis zei hij toen heel gewis.
Ik mag omvallen als het geen gewoon bevroren water is.

THL2828701Auteursrechten voorbehoude volgens de wet
Terug >>> gedichten