Zeven vette dikke spinnen,
Zeven vette dikke spinnen,
Waren rond een web aan t' springen.
De dikste sprong er boven op,
En klemde toen zijn dikke kop.
Een dunnere sprong wild op de rand,
En brak daarbij het broze kant.
Een derde die van boven aan kwam snellen,
Ging door het web, hij kon niet remmen.
Wat een pech had nummer vier,
Hij sprong midden in een potje bier.
Nummer vijf had niet z'on pret,
Hij viel op tafel en daar ging het mep.
Op een na de dunste kon niet goed lopen,
En brak zo al zijn spinnepoten.
De dunste pakte een vliegje etensklaar,
Sprong bij de dikke spin,
En bood haar het vliegje aan,
De zevende had het goed gedaan.
En dat is dus de rede waarom er nog steeds,
Zoveel dikke vette spinnen bestaan.
Terug>>>gedichten
THL4119886auteursrechten voorbehouden volgens de
wet.