De levensstorm,
Op een mooie zomerdag stond aan de kade
een schipper die trots zij boot bezag.
Jaren had hij hem bevaren,
trotseerde de grootste storm en gevaren.
Nu, na vele jaren routinewerk zou hij mare tranquillitatus gaan bevaren.
Snel zat hij op een verborgen klip, een onbegrip.
Daarop heeft hij z'n boot in twee gevaren.
Wat hem rest is de zee der onrust te bevaren.
In duizelingwekkende vaart stortte brokstukken boot, en schipper,
over de woeste baren der zee van onrust door de klippen heen
In een woeste worsteling van kennis en onbegrip pakten gebroken stukken zich
samen,
losten op en verdwenen in een woeste stroom die
naar het diepste der diepte voer, in een werveling van water.
En wat eens schip was, werd tot een gigantische wervelende kracht van onrust,
en baande zich een weg door het onbekende ,
daar waar rust en onrust op elkaar inrenden.
Dan zonder enige onnodige beweging schoot een glinsterende massa snel omhoog
naar een oppervlak vredig en stil,
doch bruisend van vreugdevolle activiteit en zonder gril.
Stralend lag daar onder volle aarde de schipper en zijn schip.
Onbewogen keek de schipper over 't water en zag de klip,
de klip van onbegrip,
waarop hij eens te pletter liep.
Die was er altijd al,
maar hij zag hem niet
Zijn boot was heel,
de omgeving rieel,
en als in een droom vond hij zijn einddoel dus.
Mare tranquillitatus.
THL1819002auteursrechten voorbehouden volgens de wet