| |
Het valse ego.
ontstaans-analyse.
Waarnemer,
waarneming, het waargenomenen. Kenner, kennis, het
gekende.
Een WAARNEMER neemt een objekt waar met zijn zintuigen.
De kwaliteit van de zintuigen bepaalt de waarneming.
De
opgenomen informatie wordt geplaatst in een zekere geheugeplaats,
van de betreffende gebieden der gebruikte zintuigen van de waarnemer.
Hier tekening van een gezicht tegenover een brandende gloeilamp.
gezichtsbeeld: Ovaal licht uitstralende vorm,
Reuk: Specifieke geur,
Gevoel: een zekere warmte op een bepaalde afstand.
Gehoor: Een licht gezoem, wanneer het lichtgeeft (50hz).
Het objekt is nu het WAARGENOMENE.
Het objekt is nu als WAARNEMING opgenomen in het geheugen van de waarnemer.
In de vorm van een bepaald neuronenpatroon in het brein, dat over deze
vier gebieden rijkt.
Het waargenomen objekt staat buiten hem.
Telkens als de waarnemer daarna het zelfde objekt
ziet is hij DE KENNER.
Hij KENT het objekt.
De binnenkomende informatie is gelijk aan een neuronenpatroon dat reeds
bestaat.
HET GEKENDE,
Zodra dit gebeurd is, herkrijgt het objekt zijn vorm en eigenschappen
in de geest van de kenner,
Ook als dit objekt gezien wordt in vorm van een tekening op papier.
Zo meent het ik dat hij of zij de kenner is.
Ook dat ik is echter onstaan door het zelfde breinspelletje van waarnemen,vanaf
de eerste levensdag
Veronderstel de reactie van een primitieve mens,
die uit eigen waarneming de lamp kent en dit een ander vertelt.
Hij zal naar het objekt wijzen en mogelijk "zzzzzoe uitstoten. (geluid>>>naam)
In zijn handen wrijven (gevoel>>>warm)
Met beide handen naar de hemel of zon wijzen (gezichtsbeeld>>licht)
Als men hem de klanken 'brandende lamp' leert uitspreken
en hij wil het "leren",
zal hij het zo benoemen en heeft zo zijn eerste aangeleerde kennis opgedaan.
THL1410200567 auteursrechten voorbehouden volgens de wet.
|
|